Het verhaal

De geschiedenis van Hayo van Wolvega en waarom het altijd spookt langs de Linde...

 

Hayo van Wolvega was een ridder uit Friesland. In het gemeentehuis van Weststellingwerf is hij afgebeeld op een glas-in-loodraam. In de niet-Friese verslagen van de Vijfde Kruistocht wordt hij als enige Fries genoemd. Volgens deze verslagen was hij een ridder uit de dertiende eeuw die bij het beleg van de Egyptische havenstad Damiate de vijandelijke vaandeldrager in 1218 neersloeg met een dorsvlegel. Volgens het Jaarboek voor de Middeleeuwse Geschiedenis uit 2002 lukte het Hayo om het banier van de sultan te pakken te krijgen. Hayo stamt uit het geslacht van Alve/Wolf, de naamgever uit de vroege Middeleeuwen van Wolvega.

 

Op 27 mei 1218 kwamen de kruisridders aan bij Damiate. De stad werd beschermd door drie muren met vele torens en de Nijl. De toegang tot de stad via de Nijl was afgesloten met een grote zware ketting die beschermd werd door de vloot van de Moren. De ketting liep vanaf de stad naar een toren op een eiland vlak bij de westelijke oever. Op 25 augustus 1218 wisten de Friezen deze toren te veroveren en de ketting door te zagen. Ze deden dit door twee schepen met elkaar te verbinden en daar een aanvalstoren op te bouwen.

 

Hayo sluit vriendschap met Ghalib de Arabier, een strijder uit het leger van de bondgenoten van de Kruisvaarders, nadat ze, Hayo met een vlegel  en Ghalib met een kromzwaard, een onbeslist treffen uitvechten nabij een grafheuvel uit de Oud-Egyptische tijd. In de grafheuvel vinden Hayo en Ghalib, een gouden zegelring, een gouden dorsvlegel, een gouden faraostaf en drie kisten met gouden Griekse munten. Hayo stelt Ghalib voor de buit te verdelen. Ghalib krijgt twee kisten met munten en de gouden faraostaf, een groter deel van de schat. In ruil voor dat grotere deel zal Ghalib Hayo vergezellen op zijn reis naar de Stellingwerven.

 

Daar in het verre noorden wacht Frouke van Elsloo, de bastaarddochter van de Heer van Elsloo, op haar geliefde Hayo. Zij was niet zijn vrouw, want zoals in die tijd gebruikelijk was, was Hayo getrouwd met een dochter uit een adellijk geslacht. Dit huwelijk was door zijn ouders gearrangeerd. Hayo’s vrouw was Dikke Bertha van de Eese, dochter van de heer van de Woldberg. Er was geen sprake van liefde, in ieder geval niet aan de zijde van Hayo. Dikke Bertha, zo genoemd vanwege haar buitengewone boezem en dito achterwerk, was daarentegen dol op haar Hayo.

 

Na een lange reis keert Hayo in gezelschap van Ghalib en de schat terug naar Wolvega, maar eerst zoekt hij onderdak bij de Meester van Blesdijke. Deze oude monnik is de laatste bewoner van het klooster van Blesdijke.  Daar verneemt hij dat zijn huis is ingenomen door de Heer van Kuinre, een ruige roofridder. Dikke Bertha en in haar gevolg Frouke, zijn uitgeweken naar de versterking op de Woldberg. Hayo heeft maar één verlangen: Frouke weer te zien!

 

De Meester zorgt voor een ontmoeting tussen Hayo en Frouke. Ghalib moet als afleider dienen door Dikke Bertha het hof te maken. Bovendien verstopt de Meester dat de schat van Hayo, behalve de gouden ring en de gouden dorsvlegel, aan de oevers van de Linde. Daar zou het veilig liggen totdat Hayo zijn schat te gelde kon maken en een leger op de been brengen teneinde zijn bezittingen met het zwaard op te eisen. Het plan mislukt. Ghalib die nog nooit gedronken heeft wordt door Bertha met lijf en bier verleid. Ghalibs dronkenschap en minnekozen leiden tot de waarheid. Dikke Bertha is in alle staten en ontbiedt de Meester van Blesdijke bij zich. Ze laat hem de ogen uitsteken en stuurt hem zo de bossen in. Daar ontmoeten Hayo en Frouke hem en vluchten ze gedrielijk naar Blesdijke. Met blindheid geslagen weet de Meester niet meer waar hij de schat begraven heeft en Hayo en Frouke zoeken alle dagen langs de oevers van de Linde naar de schat.

 

Om in zijn bestaan te kunnen voorzien heeft Hayo zich inmiddels aangesloten bij de troepen van de Bisschop van Utrecht. Frouke verblijft bij de Meester in het klooster en verzorgt de oude man. Uit dankbaarheid schenkt hij haar zijn recept van het beste bier, Hayo van Wolvega bier, dat ooit gebrouwen is en dat vele jaren later gevonden zal worden in het bos waar eens het oude Blesdijke met haar klooster gelegen was.

Er komt een dubbelslag aan het begin van de herfst. De Bisschop verslaat de heer van Kuinre. Ten oosten van Wolvega wordt de heer van Elsloo verslagen en drijft Ghalib met het leger van de boeren van Wolvega en de Eese, de soldaten van Elsloo in het veen rond de oevers van de Linde, waar ze verdrinken. Hayo krijgt huis en haard weer in handen.

 

Op de eerste dag van het nieuwe jaar krijgt de Meester van Blesdijke een visioen. In dat visioen ziet hij de plaats waar hij de schat van Hayo begraven heeft. Hayo en Frouke gaan op pad. De Meester waarschuwt Frouke: “Keert u bij het zoeken niet om naar de schatten die uw geliefde u als geschenken wil geven, want dan zult u dwalen tot in eeuwigheid”. Hayo wil voordat ze vertrekken Frouke de gouden ring en gouden dorsvlegel geven als bruidschat. Ze verpakt ze in een linnen doek en slaat deze om haar middel. Ongelukkigerwijs treffen ze Ghalib en Dikke Bertha en hun gevolg. In het ongelijke gevecht dat volgt, slaagt Frouke erin te vluchten. Ze lijkt te ontkomen aan haar achtervolgers, maar een uitstekende tak rukt haar de linnen doek van het lijf. En terwijl ze omkijkt naar de gouden ring en gouden dorsvlegel, kunnen haar voeten geen pad meer vinden en gaat ze op in de kruinen van de bomen, waar ze voor altijd blijft dwalen. Het enige dat van haar gevonden wordt zijn haar tranen die kleven op de linnen doek. Van de gouden ring en gouden dorsvlegel wordt nooit meer iets vernomen. Ook de plaats waar de Meester van Blesdijke de schat van Hayo begraven heeft, zal misschien voor altijd een mysterie blijven....

 

Dikke Bertha gebiedt Ghalib haar Hayo’s hoofd te brengen. Ghalib daarentegen brengt zijn oude vriend naar de plek waar Frouke voor het laatst gezien is. Hij laat Hayo gaan en Hayo zal als kluizenaar voor altoos dwalen en spoken langs de oevers van de Linde op zoek naar zijn geliefde.

 

©2016 Cock Meijer, Wolvega (Uitgeverij Malmberg, ‘s-Hertogenbosch)